Noord-Hollands Archief

> Grafboek van het verdronken kerkhof

  

 

Het verdronken kerkhof aan het Liewegje

De algemene begraafplaats aan het Liewegje werd op 1 januari 1875 in gebruik genomen. Op 24 oktober 1872 besloot de gemeenteraad van Haarlemmerliede en Spaarnwoude een stuk grond te kopen in de Zuiderpolder, om daarop een algemene begraafplaats te stichten. Elke gemeente diende zo’n begraafplaats te hebben. In de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude werden de doden voornamelijk begraven op de begraafplaatsen bij de kerken; een gedeelte van de begraafplaats bij de Hervormde kerk in Spaarndam was in gebruik als algemene begraafplaats. De gemeente huurde dit voor 50 gulden per jaar. Dit vond men echter een ongewenste situatie, aangezien de gemeente slechts huurder was en geen zeggenschap had over de begraafplaats. Zij stelde daarom aan de Hervormde gemeente voor een stukje kerkhof te kopen, maar de Hervormde gemeente stuurde (ook na herhaald aandringen) daarop geen enkele reactie. Er werd toen besloten een stukje grond in de Zuiderpolder te kopen en dit in te richten als begraafplaats. In 1873 werd een houten lijkenhuisje gebouwd, waarna nog een extra stukje grond gekocht moest worden omdat er anders te weinig ruimte was om het kerkhof in klasses te verdelen. Omdat het huurcontract met de Hervormde gemeente tot 31 december 1874 liep, werd de opening uitgesteld tot 1 januari 1875. Op 2 januari 1875 werd de eerste dode begraven: Johannes van Wetteren, overleden op 28 december 1874, 16 jaar oud.

In de jaren daarna werd het kerkhof niet veel gebruikt: er werden slechts enkele doden per jaar begraven, met jaren waarin er helemaal niet begraven werd. Het werd een kerkhof waar alleen de mensen die niet in gewijde grond begraven mochten worden terecht kwamen, zoals zelfmoordenaars, of mensen die ‘vanwege de gemeente’ begraven werden, bijvoorbeeld omdat er geen geld was voor een begrafenis. Het was een geheimzinnig stukje land, waar ook spookverhalen de ronde over deden. In de volksmond heette de begraafplaats 'het verdronken kerkhof', naar de vele verdronken personen die er begraven werden.

De laatste begrafenis op het verdronken kerkhof vond plaats op 6 mei 1938, toen Christiaan Marinus van Duren en Theodorus Franciscus Blok (beiden overreden door een tram, volgens het grafregister) werden begraven. Tijdens de tweede wereldoorlog werd al het houtgewas van de begraafplaats geroofd en stond er een vrachtauto in het lijkenhuisje verstopt. Na de oorlog kwamen burgemeester en wethouders tot de conclusie, dat herstel teveel zou gaan kosten. Zij deden een verzoek de begraafplaats gesloten te verklaren, hetgeen bij Koninklijk Besluit van 3 maart 1947 toegestaan werd. De begraafplaats in Zwanenburg zou als algemene begraafplaats voor Haarlemmerliede en Spaarnwoude gaan dienen. Het kerkhof werd maailand voor boer Gerrit Rutte. Volgens de wet mocht er tenminste 30 jaar na sluiting geen andere bestemming worden gegeven aan het kerkhof. Tegenwoordig is er niks meer terug te vinden van het verdronken kerkhof. Op de plaats waar het kerkhof gelegen heeft, is nu een waterpartij aan de rand van de nieuwbouwwijk Zuiderpolder.

Het grafregister

In totaal werden er In het grafregister noteerde men de gegevens van op het kerkhof begraven personen. Naderhand noteerde men vaak de doodsoorzaak: veel gevallen van verdrinking, ophanging, in 1894 enkele cholera-lijders. De registers worden bewaard in het archief van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 1863-1933, inv.nrs. 212-214. Het nummer in het eerste grafregister (dat loopt van 1875 tot en met 1904) verwijst naar een kaart (bewaard in hetzelfde archief, inv.nr. 216) waarop staat aangegeven waar het graf zich op de begraafplaats bevond.

Een volledige lijst van begravenen kunt u hier in PDF-formaat downloaden. De kaart waarnaar in het eerste register (inv.nr. 212) wordt verwezen, kunt u hieronder in groot formaat bekijken.