Noord-Hollands Archief

> Polder Velserbroek



Klik op de kaart voor een vergroting.

  

 

Een kaart van de Velserbroek uit 1824 / door Jan Morren

Het Noord-Hollands Archief kreeg enige jaren geleden een kaart ten geschenke van de ‘Oost en Westbroek gelegen in de gemeente Velsen’. De Oost en Westbroek vormen samen de Velserbroekpolder. De kaart werd geschonken door jhr. mr. J.P.E. Teding van Berkhout , kleinzoon van de oud-dijkgraaf van de Velserbroekpolder. De kaart werd in 1824 gemaakt in opdracht van de toenmalige dijkgraaf van de polder, de heer C. Schreuder. Schreuder was tevens burgemeester van Velsen. Krachtens het besluit van koning Willem I was hij in 1817 benoemd tot schout en secretaris voor de gemeente ‘Velzen, Zandpoort, Jan Gijsenvaart en de Breesaap’.

De Velserbroek

De polder de Velserbroek is ontstaan in de 13de eeuw. De Velserbroek was vanouds een moerassig gebied, dat regelmatig overstroomde vanuit het IJ en het Wijkermeer. De graven van Holland en de abten van Egmond gingen vermoedelijk rond 1220 over tot het aanleggen van de Velserdijk om de broek te beschermen tegen overstroming en in cultuur te brengen. Tot 1856 was het bestuur over de waterstaatszaken in de verschillende ambachten en gerechten opgedragen aan de schout en schepenen. In 1856 kregen de polders een eigen bestuur, bestaande uit een dijkgraaf en twee heemraden. In 1857 werd de Velserdijk verhoogd en verzwaard, maar nog altijd was de dijk een zogenaamde zomerkade, bestemd om de polder in de zomer en delen van het voor- en najaar droog te houden. Tussen november en maart stond het grootste gedeelte van de polder onder water. Verder verhogen van de Velserdijk werd door de bestuurders van Amsterdam niet toegestaan: zij wilden dat de polder bij storm als overloopgebied fungeerde. Zij konden dit afdwingen omdat de stad veel zeggenschap had in de toenmalige Staten van Holland. In Amsterdam was men bang voor overstroming van de stad bij storm, als het opstuwende water in het IJ en het Wijkermeer niet een uitweg kon vinden over de dijk rond de Velserbroek. Aan de overstromingen kwam een einde na de inpoldering van het IJ en het Wijkermeer bij de aanleg van het Noordzeekanaal, dat in 1876 gereed kwam. Het zelfstandige bestuur van de polder vond zijn einde in 1979. De polder ging toen op in het Waterschap Groot Haarlemmermeer.

De kaart

De kaart werd in 1824 getekend door de beëdigde landmeter F.J. Nautz, die in die tijd ook bezig was om de kadastrale minuutplans te tekenen in Haarlem en omstreken. Deze minuutplans zijn kaarten waarop alle percelen en gebouwen worden weergeven. De gebieden binnen een gemeente werden hiervoor verdeeld in secties en elk perceel binnen een sectie kreeg een nummer. De minuutplans sloten aan op de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT), waarop per gemeente onder meer de secties, de perceelnummers, de perceelgrootte, de eigenaar, diens beroep en woonplaats stonden vermeld. De minuutplans en de OAT waren de basis voor een nieuw belastingsysteem op onroerende goederen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kaart van de Velserbroekpolder nagenoeg gelijk is aan de kadastrale minuutplans van de landmeter die gemaakt zijn tussen 1818 en 1832. De kaart is een samenvoeging van de minuutplans van sectie D (die de Oostbroek omvat) en sectie E (die de Westbroek en de Hofgeest omvat). Ook wordt in de kaart de perceelnummering van de minuutplans weergeven. De percelen op de kaart zijn later met verschillende kleuren ingekleurd naar de hoogte van de percelen ten opzichte van het Amsterdams Peil (AP). In de percelen wordt de hoogte ten opzichte van het AP vermeld.

De Velserdijk

We gaan een rondwandeling maken over de kaart. We beginnen met de Velserdijk, het belangrijkste element in de polder. De dijk begint in het noordelijk deel van de Oostbroek bij de boerderij met perceelnummer 111. Het eerste gedeelte van de dijk ligt tussen buitendijks land, dat de Buitendijken werd genoemd, en binnendijksland. Een gedeelte van deze dijk heeft ook de naam Schinkeldijk, Groenedijk of Boterdijk gehad. Bij de oever van het Wijkermeer buigt de dijk af in zuidelijke richting en loopt slingerend naar het gebied De Gruiters onder de toenmalige gemeente Spaarndam. Hier buigt de dijk scherp af in westelijke richting en wordt de Schinkeldijk (verbindingsdijk) genoemd. De Schinkeldijk eindigt bij de Westlaan. Nog altijd is deze dijk voor het grootste gedeelte bewaard gebleven, helaas is bij de aanleg van het Recreatiegebied Spaarnwoude een klein gedeelte van de dijk weggegraven voor de aanleg van een vijver. De perceelnummers 242 t/m 245 vormen het stukje buitendijks land met de naam De Gruiters.

Door de polder loopt een afwateringssloot die door de eeuwen heen de namen De Nieuwe Watering en Langesloot heeft gehad. De sloot begon bij de Westlaan en liep in noordoostelijke richting, kruiste de Oostlaan en de Velserdijk om uiteindelijk uit te monden in het Wijkermeer. De Langesloot bestaat nog wel, maar heeft bij de bebouwing van de Velserbroek grotendeels een wat ander tracé gekregen.

Andere belangrijke afwateringssloten waren de Sluijssloot en de Hardersloot.

De Hofgeesterweg, Westlaan en Heerenweg

Een belangrijke weg was de Hofgeesterweg. Langs deze weg stonden aanvankelijk alle huizen en boerderijen in de polder. Deze huizen en boerderijen vormden een zeer oude boerenbuurtschap, die van oorsprong mogelijk een nederzetting is geweest die behoorde bij een grafelijke hof uit de Frankische tijd, rond 720 na Christus. Helaas is dit nog niet bewijsbaar. De Hofgeesterweg begon nabij Santpoort bij de Heerenweg en maakte bij de kruising met de Oostlaan een haakse hoek in de richting van het noorden. Vandaar vervolgde de weg zijn tracé opnieuw naar de Heerenweg. Oudere namen van de Hofgeesterweg zijn Spijckerlaan, Hofgeesterbuerwech en Hofgeester Kerckwech (tussen de Heerenweg bij Santpoort en de Oostlaan) en Oosterwech en Hoogewech (voor het gedeelte van de Oostlaan in de richting van het noorden). Het tracé van de Hofgeesterweg is door de eeuwen heen maar weinig gewijzigd.

Langs de zuidkant van de polder liep de Westlaan. Dit is een van oorsprong middeleeuwse verbindingsweg tussen Santpoort en Spaarndam. De Westlaan heeft de namen Brerooslaen, Brederoderlaen, Santpoorterlaen en Spaarndammerlaen gehad. Het meest westelijke deel van de Westlaan heet nu Huis ten Biltstraat. Het tracé van de laan is door de eeuwen maar weinig gewijzigd.

Centraal door de Hofgeest liep van de Hofgeesterweg naar de Heerenweg het Hillegondswegje. Van oorsprong begrensde deze weg de Hofgeest aan de noordzijde. Langs dit wegje stroomde de Hofbeek. Een deel van het Hillegondswegje en van de Hofbeek zijn verdwenen.

In 1832 werd de Hofgeest in het noorden begrensd door een korte verbindingsweg tussen de Hofgeesterweg en de Heerenweg. Langs deze weg stroomde een beek die aanvankelijk Smalgeesterbeek heette. Delen van de Smalgeesterbeek zijn nog te vinden langs het Groenlaantje en ten noorden van de boerderijen Klein Beekvliet en Beekvliet.

Ten westen van de polder en de Hofgeest liep de Heerenwech, een zeer oude belangrijke verbindingsweg, die liep van Leiden naar Alkmaar. Van deze weg resteren in Santpoort de huidige Hoofdstraat, de Wüstelaan en de Bloemendaalsestraatweg. In de rest van Velsen resteren gedeelten langs Beeckestijn en Waterland, de Meervlietstraat in het dorp Velsen en de Wijkerstraatweg in Velsen-Noord.

Boerderijen op de Hofgeest

We gaan in op enkele boerderijen op de Hofgeest. We beginnen in het noorden met de boerderij Beekvliet op perceel 7. Deze boerderij maakte deel uit van de hofstede Beekvliet die vanuit 1570 bekend is. In de 18de eeuw was Harman Hendrik van de Poll eigenaar van deze hofstede. Hij was onder meer burgemeester van Amsterdam. De hofstede is gesloopt in het begin van de 19de eeuw. De boerderij werd in de Tweede Wereldoorlog gesloopt ten behoeve van schootsveld voor de Duitse bezetter. Na de oorlog is er een nieuwe boerderij gebouwd, die nog steeds in gebruik is als boerenbedrijf door de familie Kneppers.

Op de hoek bij de Heerenweg stond op perceel 3 de boerderij Groot Beekvliet. Deze boerderij is bekend uit 1755. De boerderij ging toen over van Jacob Boreel Janz (de eigenaar van Beeckestijn) naar Harman Hendrik van de Poll, de eigenaar van Beekvliet. De boerderij werd eveneens in de Tweede Wereldoorlog gesloopt. Na de oorlog is de boerderij op een andere plaats herbouwd, namelijk op de noordelijke hoek van de Huis te Spijkweg en de Hofgeesterweg. De boerderij is niet meer in gebruik als boerenbedrijf.

We keren terug naar de Hofgeesterweg en gaan in de richting van het zuiden. Bij de kruising met de weg die de naam Boterdijk heeft, gaan we die weg op naar het oosten. Aan de noordzijde van de Boterdijk komen we op perceel 12 een boerderij tegen. Deze boerderij is bekend vanuit 1584. In 1598 kwam de boerderij in bezit van de familie Lans, die eigenaar bleef tot het midden van de 18de eeuw. Tussen 1833 en 1849 was de boerderij in bezit van Jacob Pompeus Hoefft, heer van Velsen en Santpoort. Ook deze boerderij werd het slachtoffer van de sloopwoede van de Duitse bezetter. Rond 1950 werd er een nieuwe boerderij gebouwd die nu bewoond wordt door de familie Rutte en nog steeds in gebruik is als boerenbedrijf.

We vervolgen onze weg naar de overgang van de Boterdijk naar de Velserdijk. Daar komen we op perceel 112 opnieuw een boerderij tegen. Deze boerderij is bekend vanuit 1570 en was eveneens in eigendom van de hiervoor genoemde familie Lans. Tot in het begin van de 18de eeuw bleef de boerderij eigendom van deze familie. Ook deze boerderij werd gesloopt in opdracht van de Duitse Bezetter. Na de oorlog werd deze boerderij niet herbouwd.

We keren weer terug naar de Hofgeesterweg en vervolgen die in zuidelijke richting. We slaan in westelijke richting het Hillegondswegje op. Aan de noordzijde van het wegje komen we op perceel 7 een boerderij tegen. In 1625 was deze boerderij in bezit van de vijf nagelaten en onmondige kinderen van Cornelis Janszoon Jongman en Marijtgen Huijgendochter. De voogden van deze kinderen verkochten in dat jaar de boerderij aan Claes Dircx alias Dircx Sijmon Huijgen. Rond 1832 was de boerderij in bezit van Hermina Elisabeth Maria Schimmelpenninck. Zij was getrouwd met Johan Gerard Kruimel, een wijnkoper van de firma Schimmelpenninck & Kruimel wijnkopers te Amsterdam. Zij waren ook de eigenaar van de nabij liggende hofstede Roos en Beek aan de Herenweg. Tussen 1903 en 1940 is de boerderij afgebroken. Hier ligt nu een klein volkstuinencomplex aan een doodlopend restant van het Hillegondswegje. Door het opheffen van een gedeelte van het Hillegondswegje is deze plaats niet meer bereikbaar vanaf de Hofgeesterweg, maar wel vanaf de Broekeroog.

Huis te Spijk

We gaan terug naar de Hofgeesterweg en vervolgen die in zuidelijke richting. Bij de kruising Hofgeesterweg en Oostlaan komen we een historisch belangrijke plaats tegen. Op perceel 102 staat het Huis te Spijk, dat een geschiedenis heeft die teruggaat tot de dertiende eeuw, en voorheen Huis te Lane heette. Rond 1553 is het huis in bezit van de familie Raet uit Haarlem. In de tweede helft van de 16de eeuw en het begin van de 17de eeuw wordt het huis afgebeeld als een woontoren, een klein middeleeuws kasteeltype. In de loop van de 17de eeuw werd deze woontoren uitgebreid tot een herenhuis met een sierlijke toren. Het heeft dan nog de namen Huis te Hulft - naar de familie die het in bezit had - en Het Torentje. In 1700 kwam het huis in bezit van Jan van de Poll Harmanszoon, die onder meer burgemeester is van Amsterdam. Hij was een zoon van de eerdergenoemde Harman Hendrik van de Poll. Het huis werd toen het Huijs te Spijk genoemd. De familie Van de Poll hield met een korte onderbreking het huis in bezit tot 1834. Kort daarna werd het huis gesloopt.

Op perceel 103 bij het Huis te Spijk stond het tuinmanshuis met de stal. Ook dat werd kort na 1834 gesloopt en vervangen door een boerderij die hier nog steeds staat. Van het Huis te Spijk is het eiland bewaard gebleven waar het herenhuis op stond, met de omringende gracht. De dijk die de tuin, de boomgaard en het huis omringde ligt nog onaangeroerd in het landschap. Bij het begin van de oprijlaan naar de boerderij staan nog altijd de hekpalen en het toegangshek naar het huis. Op de boerderij worden nog schapen gehouden.

Nog meer boerderijen

Tegenover het Huis te Spijk aan de westzijde van de Hofgeesterweg staat op perceel 42 een boerderij. Dit was een stolpboerderij waarvan het woongedeelte opgesierd werd met een fraaie halsgevel. De boerderij werd aan het begin van de 18de eeuw gebouwd in opdracht van de eerder genoemde Jan van de Poll Harmanszoon. In de tweede helft van de 19de eeuw kwam de boerderij in bezit van de bekende familie Enschedé uit Haarlem, die toen ook het voormalige Huis te Spijk in eigendom had. De boerderij had in die tijd de naam Huis ter Spijk. Later kreeg de boerderij de naam De Giest. In 1933 brandde de boerderij af en werd vervangen door een nieuwe boerderij. Deze boerderij werd in 2002 vervangen door een woonhuis.

We vervolgen de Hofgeesterweg naar het zuidwesten in de richting van Santpoort. Aan de noordzijde van de Hofgeesterweg komen we op perceel 30 een kleine boerderij tegen. Deze boerderij is vanuit 1584 bekend en was toen in bezit van Dirck Ariszoon. In 1726 kwam de boerderij in bezit van Jan Trip, die eigenaar was van de nabij liggende hofstede Roos en Beek aan de Heerenweg, dat hij gebruikte als zomerverblijf. De boerderij ging in 1772 over naar Jan van de Poll, de zoon van de voornoemde Jan van de Poll Harmanszoon. Hij was ook eigenaar van het Huis te Spijk. Zijn nazaten verkochten de boerderij tussen 1810 en 1819. De boerderij werd afgebroken en herbouwd in 1896, waarbij het woongedeelte kreeg een wolfdak kreeg. In 1946 werd het woongedeelte van de boerderij vervangen door een nieuw woongedeelte met een zadeldak. De stal werd gesloopt in 1950 om plaats te maken voor een werkplaats. Het woongedeelte van de boerderij staat hier nog steeds en is in eigendom van het bouwbedrijf Holleman & Zonen Santpoort BV.

Vervolgens komen we een boerderij tegen die vanouds hoorde bij de hofstede Westerbroek, die ontstaan is uit een naastliggende boerderij. De boerderij staat op perceel 24. De boerderij is bekend vanuit 1584 en was toen in bezit van Sijmon Ariszoon. Uiteindelijk kwamen de boerderij en de hofstede Westerbroek in 1666 in bezit van Johan Munter die de hofstede Hogergeest ten westen Van Beeckestijn in bezit had. Voor zover is na te gaan liet hij in 1678 de boerderij vervangen door een nieuwe boerderij. Dit werd een boerderij met een langvoorhuis en een stolpstal. De hofstede en de boerderij kwamen nog in bezit van de familie Van de Poll, die het Huis te Spijk bezat. De hofstede werd in 1771 gesloopt. De boerderij en het tuinmanshuis bleven staan, de naam Westerbroek ging over naar de boerderij. De boerderij werd in 1989 getroffen door brand. Het woongedeelte bleef gespaard maar werd uiteindelijk gesloopt. Op de plaats van de boerderij werd een royaal woonhuis gebouwd.

Ten westen van de boerderij staat op perceel 23 het voormalige tuinmanshuis van de hofstede Westerbroek. In een van de plafondbalken van het huis staat het jaartal 1678. Johan Munter heeft dit tuinmanshuis gelijk met de voornoemde boerderij laten bouwen. Na de sloop van de hofstede was het tuinmanshuis een periode opgedeeld in twee woningen. In 1896 werd Johannes Schipper de eigenaar. Bij het huis waren inmiddels een stal en een schuur gebouwd en is het geheel was in gebruik als boerderij. De stal werd in latere tijd vervangen door een nieuwe stal. Het voormalige tuinmanshuis en de vernieuwde stal kwamen respectievelijk in 1972 en 1978 in bezit van de kunstschilder Jan Wilhelm Makkes, die hier een atelier had gevestigd. Makkes overleed in 1999. Zijn weduwe Elisabeth Maria Margaretha Kneppers exposeert hier nog steeds het werk van haar overleden man.

We blijven de Hofgeesterweg volgen en komen aan de noordzijde van de weg op perceel 21 een boerderij tegen. De boerderij is bekend vanuit 1584 en was toen in bezit van Jan Claeszoon. In 1729 vermeldde B.M. van Nidek in het boek ‘Zegepralent Kennemerlant’ dat hier de hofstede De Hofgeest lag. De hofstede is dan in bezit van Klaas Dreger en werd in die tijd in het Oud Rechtelijk Archief van Velsen omschreven als een boerderij. In 1772 had de boerderij de naam Meerland. Aan het begin van de 20ste eeuw veranderde de naam in boerderij Antje. Deze boerderij is regelmatig verbouwd en is nog steeds te vinden aan de Hofgeesterweg, maar heeft zijn boerenfunctie verloren.

We gaan verder in de richting van Santpoort. Aan de zuidzijde van de weg komen we op perceel 53 de boerderij Hofgeestereijnde tegen. De boerderij is bekend vanuit 1570 en was toen in bezit van Claes Janszoon Roothooft. In 1675 kwam de boerderij in bezit van Cornelis Bambeeck, een voorname ossenweider uit Amsterdam die ook burgemeester was van die stad. In zijn tijd kreeg de boerderij de allure van een zomerverblijf. Tussen 1729 en 1772 was de boerderij in bezit van de familie Trip, die onder meer Beeckestijn in bezit had. In de 19de eeuw werd de boerderij verbouwd en in 1954 door brand verwoest. De boerderij werd herbouwd, maar is nu niet meer als boerenbedrijf in gebruik. Momenteel is bij de gemeente Velsen een sloopaanvraag ingediend voor de boerderij.

Aan het eind van de Hofgeesterweg gaan we de hoek om en komen op de Spekkenweg. Bij de eerste kruising gaan we in zuidelijke richting de Heerenweg op. Even daarna zien we aan de oostzijde, op perceel 58, het herenhuis van de Hofstede Huis te Bilt. Deze hofstede was in 1780 gesticht door Harmen Jan van de Poll, een nazaat van de eerdergenoemde Jan van de Poll Harmanszoon. De hofstede kreeg later de naam Huis Torn. In de eerste helft van de 19de eeuw werd de tuin op de hofstede, die zich tot ver over de Heerenweg uitstrekte, opnieuw aangelegd naar een ontwerp van de bekende tuinarchitect Jan David Zocher jr. uit Haarlem. In 1876 werden het herenhuis, het tuinmanshuis en een schuur gesloopt. De oranjerie werd verbouwd en uitgebreid tot een boerderij. De prachtige tuinaanleg verdween. Rond 1955 werd de boerderij gesloopt om plaats te maken voor de aanleg van de rijksweg tussen Haarlem en de Velsertunnel. Van de hofstede is niets meer terug te vinden. Alleen de Heerenweg, nu de Hoofdstraat, ligt hier nog op zijn oorspronkelijke tracé.

Jan Morren doet onderzoek naar en publiceert over buitenplaatsen in Velsen. Dit artikel is eerder gepubliceerd in NHA Nieuws 8, juli 2008, blz. 14-20.