
 Vlucht van Anthony Fokker boven de Grote Kerk.
|
Venster 21: Haarlem voorop
Over Haarlem en de ‘houten Haarlemmers’, ook wel gesierd met de vreemde bijnaam ‘muggen’, bestaan de nodige vooroordelen. Zo zouden Haarlemmers stijf en afstandelijk zijn; alles zou in Haarlem 50 jaar later gebeuren, er zou hier nooit iets veranderen. Om deze vooroordelen te weerspreken volgt hier een lijstje van zaken waarin Haarlem, of Haarlemmers, voorop liepen; producten die in Haarlem, en/of door Haarlemmers, zijn uitgevonden; ontwikkelingen die in Haarlem hun Nederlandse, of zelfs Europese, beginpunt vonden.
- De eerste courant in Haarlem, de Opregte Haarlemsche Courant; de oudste krant ter wereld die onafgebroken vanaf het begin (1656) tot op heden (als Haarlems Dagblad/OHC) is verschenen
- Bloembollen werden sinds de 17e eeuw, in en rond Haarlem als eerste in Europa in cultuur gebracht en gekweekt en daarmee de basis voor de belangrijke bloemenexport.
- Haarlemmer olie, volgens een nog altijd geheim recept, wordt al honderden jaren in Haarlem geproduceerd. Een huismiddeltje tegen uiteenlopende kwalen, met internationale bekendheid.
- Het rookverbod in openbare gelegenheden sinds juli 2008, heeft in Haarlem al een verre voorganger. Het toenmalige rookverbod leidde tot het Tabaksoproer van 1690, waarbij het huis van de schout door een woedende menigte met stenen werd bekogeld. Het probleem werd indertijd op typisch Nederlandse wijze opgelost: het verbod werd niet ingetrokken, maar ook niet langer gehandhaafd, dwz niet langer gecontroleerd en/of beboet.
- Het eerste museum (1784) op het Europese vasteland: Teylers Museum
- De eerste uitleenbibliotheek van Europa, de Openbare bibliotheek van de Maatschappij tot Nut van ’t algemeen (1794)
- Rond 1800: oprichting van de eerste Nederlandse (én Belgische) Kweekschool voor Onderwijzers. Eerste directeur was P.J. Prinsen, die 54 jaar in die functie werkzaam was. Met een zelf ontwikkelde methode om te leren lezen heeft hij grote betekenis gehad voor de alfabetisering van Nederland. De methode werd landelijk ingevoerd. Een van de bekendste leerlingen was Theo Thijssen (onderwijzer, schrijver van onder meer ‘Kees de jongen’ en ‘De gelukkige klas’.
- Het eerste Nederlandse spoorwegtraject: Amsterdam-Haarlem (1839)
Gipsverband, in 1852 in Haarlem uitgevonden door de militaire arts Antonius Mathijsen (1805-1878). Deze was gelegerd in de Hoofdwacht aan de Grote Markt. Reparatie van scheuren in de Grote Kerk, met in gips gedrenkte jutezakken, bracht hem op het idee deze techniek voor menselijke botbreuken te gebruiken.
- De eerste voetbalclub van Nederland: HFC. Opgericht in 1879 door Pim Mulier
- Oprichting van de Haarlemse Vélocipèdeclub (1882), voorloper van de ANWB
- De eerste elektrische tramverbinding met bovenleiding: Haarlem-Zandvoort (1899)
- De eerste HTS in Nederland met een afdeling vliegtuigbouw
- De eerste vlucht van Anthony Fokker, boven de Grote Kerk (1911)
- De eerste Nederlandse filmstudio (1912)
- De RK Basiliek Sint Bavo: de eerste Nederlandse kerk die als kathedraal is gebouwd (1895-1930)
Zo tekent zich een stad af die op een aantal terreinen een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse samenleving: zowel op het gebied van cultuur en communicatie, als op dat van de sport en de techniek. Naar aanleiding van het 750-jarig bestaan van Haarlem heeft de dichter en (song-)tekstschrijver Lennaert Nijgh in zijn boek Haarlem bestaat niet (1996) daarvan een levendig beeld geschetst. Bovendien verwierf de stad een belangrijke functie als bisschopsstad en zetel van het provinciaal bestuur. Dat doet de vraag rijzen waarom Haarlem niet bezweken is onder de concurrentie van Amsterdam, of anders gezegd, door welke factoren de stad zich, door middel van aanhoudende aanpassingen en vernieuwingen, een geheel eigen plaats en functie heeft weten te verwerven en te behouden. Op een dergelijke vraag zijn vele antwoorden mogelijk, waarvan er geen enkele geheel zal overtuigen. Wellicht is het daarom maar het verstandigst aan te sluiten bij de opvatting van ds Samuel Ampzing (1590-1632), die op verzoek van het stadsbestuur een ‘Beschryvinge ende lof der stad Haerlem: in Rym bearbeyd’ (1628) publiceerde. Deze beschouwde Haarlem simpelweg als de schoonste, gezondste en mooiste stad van Holland. Daaruit kon enkel goeds voortkomen. Het is na dergelijke lof een raadsel waarom het tot november 2006 heeft moeten duren, voordat Ampzing een bescheiden standbeeld kreeg op de Oude Groenmarkt.
|