Kareol

14 Kareol

Op het grondgebied tussen de Boekenrodeweg, de Van Lennepweg en het Van Vollehovenlaantje in Aerdenhout stond, tot 1979, het landgoed ‘Kareol’. Daarvan zijn nu nog onder andere de vijver en een robuuste pergola de stille overblijfselen. De naam Kareol verwijst naar de gelijknamige burcht in de opera Tristran und Isolde van Richard Wagner. Kareol werd tussen 1908 en 1911 gebouwd door de Amsterdamse koopman, bankier en voorzitter van de Wagnervereniging Julius Carl Bunge. Bunge was de kleinzoon van een Duitse immigrant en zijn echtgenote, Lotte Meisner, was Duitse. In de korte geschiedenis van Kareol speelden migranten, vooral Duitsers, een belangrijke rol.

Wagneriaans ‘Gesammtkunstwerk’

Alles aan Kareol ademde de geest van Wagner. Wagner streefde er naar in zijn opera’s alle onderdelen, van orkestmuziek tot en met het toneelbeeld, op elkaar af te stemmen. Op het landgoed Kareol waren de architectuur van het hoofdgebouw en de tuinaanleg ook geheel op elkaar afgestemd. Ondanks de vorstelijke allure, oogde Kareol als een burcht. Het was gebouwd naar een ontwerp van de jonge Zweedse architect Anders Lundberg. Voor de binnenhuisarchitectuur tekende ook een buitenlander, een Duitser wiens naam we niet kennen. Wat voor het gebouw en de tuin gold, gold eveneens voor de inrichting: alle details waren als eenheid ontworpen. Geld speelde geen rol. De marmeren vloeren, de eikenhouten lambriseringen en de schitterende tegeltableaus, ontworpen door de Duitser Max Läuger, waren alle gemaakt van de beste en duurste materialen.
(Naar boven)

Een ‘buitenlands’ eiland

Bunge was een introverte, gereserveerde man die weinig contact onderhield met de bevolking van Aerdenhout. Men noemde hem wel ‘De stille heer van Kareol’. Die afstandelijkheid, en de buitenlanders waarmee Bunge zich omringde, gaven aanleiding tot geruchten en wantrouwen. Mevrouw Slagter-Wieringa schrijft hierover: ‘Bunge (...) kiest het stille, rustige, misschien ook wat slaperige Aerdenhout uit om er zijn wonderlijk huis te bouwen, dat in geen enkel opzicht iets gemeen heeft met de veel traditioneler villa’s in de omgeving. Hij vraagt een buitenlander zijn huis te ontwerpen, hij laat het uitvoeren door buitenlandse arbeidskrachten, met voor het merendeel uit het buitenland aangevoerde materialen. Hij bouwt een huis met een eigen electriciteitsvoorziening en een eigen waterleiding, waarvoor een toren nodig is, die hoog boven de bomen uitstekend, de hele omgeving lijkt te domineren. Als dan de echtgenote van de bouwheer een Duitse blijkt te zijn, die haar huispersoneel geheel uit landgenoten samenstelt, beginnen er al spoedig geruchten de ronde te doen’. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog smeedde die geruchtenmachine het verhaal dat de toren dienst deed als zendmast voor de berichten van Duitse spionnen en dat in Bunges souterrain een gigantisch kanon, een zogenaamde ‘Dikke Bertha’, stond. Om die geruchten te ontzenuwen gaf Bunge gelegenheid tot een inspectie van zijn huis aan een generaal van de landmacht, een politieofficier en vier journalisten.
(Naar boven)

Kareol’s noodlot

Kareol had nog iets Wagneriaans: het noodlot. In 1919 stierf Bunges echtgenote aan de Spaanse griep. Tot aan zijn dood in 1934 bewoonde Bunge zijn immens grote huis met Hilde Russag, een Duitse huisvriendin van zijn overleden vrouw. Verwachtingen dat hij haar wel als tweede echtgenote zou huwen, werden niet bewaarheid. De kinderloze Bunge adopteerde haar als dochter en liet haar zijn gehele vermogen na. Hilde werd na 1934 nog maar zelden in Aerdenhout aangetroffen en stierf in 1941. Haar Duitse erfgenamen plukten het gehele pand leeg en brachten die kostbaarheden naar Wuppertal. Bij een bombardement is daar alles verwoest.

Na de oorlog confisqeerde de Nederlandse overheid het landgoed en verkocht het. Achtereenvolgende eigenaren wisten zich geen raad met Kareol dat uiteindelijk leeg kwam te staan en in verval raakte. Ondanks woedende protesten viel het pand, dat toch inmiddels Rijksmonument was, in 1979 onder de slopershamer. Nog een keer sloeg Kareols noodlot toe: de sloper ging failliet.
(Naar boven)

Literatuur

* Hans van der Horst, Kareol. Ondergang van een monument (Bussum 1980).

Kasper Jansen, ‘Het noodlotsdrama van Kareol’, NRC-Handelsblad 23-2-2001.

* H. Slagter-Wieringa, Het Buiten Kareol te Aerdenhout en zijn Bouwheer, ‘De Stille Heer van Kareol’ (Haarlem 1974).

Henk Suèr en Josine Meurs, Geheel in de geest van Wagner. De Wagnervereeniging in Nederland 1883-1959 (Amsterdam 1997).

* Ter inzage in de bibliotheek van de Archiefdienst voor Kennemerland.


Adres Kareol

Restanten Kareol
Bij kruispunt Boekenrodeweg - Van Lennepweg
Aerdenhout.