In een zeer ver verleden
De mens grijpt inOp de strandwallen kwamen de eerste menselijke nederzettingen tot stand, daarna, te beginnen in de negende eeuw, werd het veengebied ontgonnen en verschenen daar kleine boerengemeenschappen. De ontginning van het veengebied bracht inklinking met zich mee, dat wil zeggen: een geleidelijke daling van de hoogte van het land. In het begin van de twaalfde eeuw was Haarlem inmiddels een kleine stad aan een bocht in het Spaarne. Dit riviertje liep uit in het IJ, toen nog een brede waterplas die van onder het huidige Beverwijk tot boven Amsterdam reikte. De Zuiderzee, zoals we die kenden voor de bouw van de Afsluitdijk, bestond nog niet. Het grootste gedeelte daarvan was nog laagliggend land, maar zonder veel bescherming tegen de zee. Door een reeks orkanen in de tweede helft van de twaalfde eeuw, die gepaard gingen met grote aanvallen van de zee op het land, veranderde die situatie dramatisch. Enorme landoppervlakten werden weggeslagen, de Zuiderzee ontstond en het IJ kwam via haar in open verbinding te staan met de zee. De door ontginning langzaam dalende landsgebieden ten zuiden van het IJ, dat inmiddels onderhevig was aan de getijdenbewegingen van eb en vloed, werden nu rechtstreeks bedreigd door het zeewater. Er moest iets gebeuren. Op initiatief van de direct bedreigde dorpen Houtrijk, Polanen, Osdorp en Sloten werden in het begin van de dertiende eeuw de eerste delen van een zeedijk aangelegd die later de naam Spaarndammerdijk zou dragen.
Haarlem en de dam in het SpaarneNa opnieuw een ernstige stormvloed in 1248 blijkt die zeedijk nog verder naar het westen te zijn doorgetrokken en was zelfs het Spaarne afgedamd. In die dam lagen waarschijnlijk toen al afwateringssluizen (met een klep afsluitbare duikers), maar scheepvaartverkeer was onmogelijk. Dit was natuurlijk in strijd met de belangen van de stad Haarlem. Het was ongetwijfeld met het oog op die belangen dat de graaf van Holland in 1253 besloot dat er in de dijk een sluis gebouwd moest worden. Het ging om een eenvoudige klepsluis, zonder kolk, zodat alleen bij gelijke waterstand in IJ en Spaarne het scheepvaartverkeer onbelemmerd doorgang vond. Over de boeiende geschiedenis van de Spaarndammer sluizen kunt u meer lezen in het gelijknamige item.
Tussen Haarlemmermeer en IJIn de volgende eeuwen werd de geschiedenis van het Spaarne in hoge mate bepaald door de ontwikkelingen die zich aan beide uiteinden van de rivier voordeden. In het noorden was dat het complex der Spaarndammersluizen dat in de loop der eeuwen, vaak na opgelopen stormschade, verbetering en uitbreiding onderging. In het zuiden was dat het almaar groter wordende Haarlemmermeer, dat uiteindelijk tussen 1848 en 1852 werd drooggelegd. Door de verbeteringen der sluizen konden grotere schepen Haarlem bereiken (of passeren), maar die verbeteringen voorkwamen niet dat door lekkage van die sluizen het Spaarne verziltte. Dit had als gevolg dat de bierbrouwerijen in de Spaarnestad, die in de vijftiende en zestiende eeuw tot grote bloei kwamen, hun hoogstnoodzakelijke schone water uit de duinen moesten gaan halen. De drooglegging van het Haarlemmermeer, en een aantal andere waterstaatkundige ingrepen in het achterland, leidden tot een verminderende doorstroming van het water in het Spaarne. Ook dit had ingrijpende consequenties voor de stad omdat de op het Spaarne uitwaterende stadsgrachten, eigenlijk open riolen, nu hun (afval)water niet meer kwijt konden. Ernstige gevolgen voor de gezondheid van de stadsbevolking bleven niet uit. In het midden van de negentiende eeuw werd die geteisterd door een reeks cholera-epidemieën. Het leidde, maar dit valt al buiten het bestek van de geschiedenis van de rivier in engere zin, tot het dempen van een aantal stadsgrachten en de aanleg van een gesloten rioleringssysteem.
Literatuur* Margreet Bakker, De cholera in Haarlem in de negentiende eeuw (Diemen 1989). * Ludy Giebels, Zeven eeuwen Rijnlandse uitwatering in Spaarndam en Halfweg. Van beveiliging naar beheersing (Leiden 1994). * B.C. Sliggers red., De loop van het Spaarne. De geschiedenis van een rivier (Haarlem 1987). * Ter inzage in de bibliotheek van de Archiefdienst voor Kennemerland. |